HET FEITELIJK GEBRUIK VAN EEN HANDELSNAAM

Voor veel bedrijven is het registeren en geregistreerd houden van merken een dure aangelegenheid. Wel kunnen zij zich vaak beroepen op hun handelsnaamrechten. Een handelsnaam is de naam van een onderneming. Registratie van een handelsnaamrecht is niet vereist voor de totstandkoming van dit recht; het enkel gebruiken van een handelsnaam in het economisch verkeer is namelijk voldoende. Net als bij andere intellectuele eigendomsrechten kan de rechthebbende van een handelsnaam zich verzetten tegen inbreukmakend gebruik. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 5 Handelsnaamwet.
De praktijk laat zien dat één van deze criteria, te weten het aantonen van feitelijk gebruik van een handelsnaam, nog wel eens aan de aandacht van de rechthebbende ontsnapt. Als voorbeeld dient de beschikking van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, van 17 april 2012 (LJN: BW7126). Hier probeerde de rechthebbende daadwerkelijk gebruik van een inbreukmakende handelsnaam aan te tonen met behulp van uittreksels van de Kamer van Koophandel. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien sterk bewijs: een KvK uittreksel is immers een document van een erkende instantie waarin vaak zowel de handelsnaam als de startdatum van de onderneming staat vermeld. Echter, de Hoge Raad heeft in haar arrest van 6 september 1996 (NJ 1962, 360) uitgemaakt dat de enkele inschrijving in het Handelsregister niet als onderbouwing van feitelijk gebruik van de handelsnaam kan dienen. De rechthebbende zal dus ander bewijs moeten verzamelen, wil zij haar gelijk krijgen. Maar hoe?

Heel eenvoudig. Vaak zijn foto’s van (de buitenkant van) het bedrijfspand, de reclame uitingen en/of print screens van websites voldoende. Ook facturen, offertes en zelfs jaarstukken kunnen dienen als bewijs. Let er wel op dat de handelsnaam en datum duidelijk zichtbaar zijn en het liefst op hetzelfde bewijsstuk staan vermeld.

1 augustus 2012

 

2018-10-16T08:14:53+01:00